80% van de zaden die we voor ons voedsel planten, zit in een laagje plastic. Handig voor de kieming, slecht voor het milieu. Marouschka Blahetek, mede-oprichter en CEO van Carapace Biopolymers, ontwikkelt samen met co-founder Suellen een volledig afbreekbaar alternatief.
Marouschka noemt zichzelf het liefst een pragmatisch idealist: een brede business achtergrond, een passie voor wetenschap en een sterke drive om impact te maken. “Ik zie op grote schaal veel problemen waar we heel lang over praten, maar eigenlijk niet echt doorpakken,” vertelt ze. Met die gedachte trok ze naar Delft, waar ze via een oud-collega in contact kwam met Suellen, die net haar promotieonderzoek had afgerond. Na een periode van aftasten, zien of de werkstijlen en de visie matchten, gingen ze samen van start.
Een jasje voor zaden
Wat doet Carapace precies? Marouschka legt het uit met een beeld dat altijd werkt: een soort jasje voor zaden. Het gangbare plastic laagje helpt bij het ontkiemen en dient als bindmiddel voor stoffen zoals fungiciden en pesticiden, maar zorgt op wereldschaal voor flinke microplasticvervuiling. Carapace vervangt dat laagje door een volledig biologisch afbreekbaar materiaal dat de plant ook nog voedt, met biostimulanten die groei stimuleren en het gebruik van kunstmest kunnen verminderen.
Vanaf 2028 geldt er in Europa bovendien een verbod op microplastics in zaadcoatings. Toch wil Marouschka niet alleen op duurzaamheid leunen. “Uiteindelijk gaat het gewoon om een goed product in de markt zetten waar boeren blij van worden,” zegt ze.
Twee werelden, één bedrijf
Als spin-off vanuit de universiteit bouwt Carapace een bedrijf terwijl er nog volop technologie ontwikkeld wordt. Dat vraagt om twee heel verschillende soorten denken, en dat is precies waar Marouschka en Suellen elkaar aanvullen. Marouschka komt uit de business- en financewereld, Suellen is de wetenschapper die tot op de millimeter nauwkeurig werkt. Dat verschil liep in het begin niet vanzelf soepel, maar diep respect voor wat de ander brengt maakt volgens Marouschka het verschil. “Ik denk dat we elkaar versterken,” zegt ze.
Vertrouwen bouw je op met data
Als CEO houdt Marouschka zich bezig met investeerders, mensen aannemen en technologische ontwikkeling: trajecten met elk hun eigen tempo, die toch steeds weer op elkaar moeten aansluiten. In een sector als de landbouw, die wat conservatiever kan zijn in het omarmen van nieuwe technologie, draait vertrouwen winnen om concrete data uit veldproeven, in verschillende klimaten en op verschillende soorten grond. Stap voor stap meer waarde toevoegen, in plaats van meteen de hele wereld beloven.
De volgende stap
Tevreden zal Marouschka zijn zodra Carapace over een eigen productiefaciliteit beschikt en op grote commerciële schaal levert. Aan andere young professionals die twijfelen over de sprong naar het ondernemerschap, heeft ze een simpel advies: “Als je het ziet en denkt dat het nodig is, ga het doen.”
When ambition meets reality is de podcast van Enbition waarin Tjitze Weststrate in gesprek gaat met ondernemers over hun ondernemersreis. We delen eerlijke verhalen van ondernemers die bouwen aan groei, structuur en impact. Geen gladde succesverhalen, maar gesprekken over wat er écht komt kijken bij ondernemerschap: keuzes maken, fouten herstellen, kansen pakken en blijven bewegen als ambitie de realiteit ontmoet.
Geen filters. Geen shortcuts. Gewoon het echte verhaal.
Abonneer je op ons YouTubekanaal en volg het echte verhaal.
Podcasttranscript – Marouschka
Tjitze: Welkom Marouschka, superleuk dat je hier bent. We gaan het vandaag hebben over jouw bedrijf en jouw reis als ondernemer binnen Carapace Biopolymers. Maar voordat we dat doen: wie is Marouschka, of hoe stel jij jezelf het liefst voor?
Marouschka: Hoe ik mezelf voorstel? Nou, je hebt hem net al goed voorgesteld met Carapace, dat kwam er soepel uit. Co-founder en CEO van Carapace, laten we het kort houden. De twee woorden die ik eigenlijk normaal gebruik zijn pragmatisch idealist. Ik denk dat dat wel de twee woorden zijn die mijn reis een beetje samenvatten.
En wie ik zelf ben: ik ben iemand met een brede business achtergrond en een passie voor wetenschap. Ik denk dat de meeste dingen die op grote schaal zijn veranderd, toch vaak door technologische doorbraken zijn gekomen. En impact is voor mij heel belangrijk, en dat brengt het een beetje samen: waarom ik met Carapace ben gestart.
Tjitze: Wauw. En waar komt die drive vandaan? Die combinatie tussen technologie, wetenschap en impact maken, waar komt dat vandaan voor jou?
Marouschka: Dat komt eigenlijk uit een frustratie. Soms beginnen goede dingen bij een frustratie. Ik wilde die frustratie omzetten in iets positiefs. Ik zie op grote schaal veel problemen waar we heel lang over praten, maar eigenlijk niet echt doorpakken. Er zijn heel veel briljante mensen die onderzoek doen dat ontzettend nuttig zou zijn voor de problemen die we hebben. Alleen, ik zeg vaak: technology does not the company make, om er toch een klein stukje Engels in te gooien. Je hebt meer nodig dan alleen een goed idee.
Dat is dan toch een beetje mijn semiwetenschappelijke achtergrond: met die hypothese ben ik richting Delft gegaan en heb ik me daar dieper in dat netwerk begeven. En uiteindelijk, met hier en daar wat omwentelingen — als je achteraf terugkijkt zie je de rode draad wat meer, terwijl het middenin nog een donker pad lijkt — ben ik ook mijn co-founder tegengekomen.
Tjitze: Nice. En als je dan de keuze had: je bent ontzettend veel bedrijven tegengekomen in de tijd dat je in Delft zat, waar je mee in aanraking kwam, waar je misschien had kunnen zeggen “daar ga ik aan meewerken”. Maar uiteindelijk heb je gekozen om zelf iets te starten. Waarom dan?
Marouschka: Misschien toch een beetje de eigenwijsheid die een ondernemer eigen is. En ook de drive om gewoon snel te gaan en beslissingen te nemen. Daar krijg je de lusten en de lasten bij, en dat vind ik een uitdaging. Je bent uiteindelijk ook eindverantwoordelijk, maar dat is ook wel iets waarvan ik denk: dan telt het ook echt, dan voelt het echt. En dat is iets wat voor mij uiteindelijk belangrijk is gebleken.
Er zijn natuurlijk goede initiatieven, maar er zijn er altijd meer nodig. En er waren een aantal zaken waarvan ik dacht: hier gebeurt eigenlijk nog niet genoeg. Het was niet dat ik erin stapte met een heel solide beeld van “dit is het” — het kwam altijd een beetje vanuit een impact- en duurzaamheidshoek. Zo ben ik erin gestapt. En ik denk ook: snel willen gaan.
Tjitze: Ja, als je zelf ook snel beslissingen kan nemen, kan je ook snel gaan. Dus ook tempo kunnen bepalen.
Marouschka: Ja, precies.
Tjitze: Want dan hebben we het over Carapace. Hoe is dat ontstaan? Je bent op een gegeven moment in contact gekomen met Suellen — ik weet natuurlijk een beetje van het verhaal, maar vertel eens wat over de oorsprong van het bedrijf.
Marouschka: Er is nog een omweg geweest. Al voordat ik Suellen ontmoette, was ik eigenlijk al een jaar bezig, in gesprek met wat destijds portfoliobedrijven van de TU Delft waren. Ik omschrijf het vinden van een co-founder eigenlijk altijd een beetje in termen van dating: uiteindelijk moet je een hele lange tijd met elkaar door één deur, en je moet echt gepassioneerd zijn over het product. Het is een soort huwelijk.
Ik heb toen wat gesprekken gehad met portfoliobedrijven en dacht: ik voel hier net niet helemaal de match, en ik heb het idee dat dat echt heel goed moet kloppen. Dat doe je deels met je hoofd en deels met je hart. Uiteindelijk is er via een oud-collega tegen mij gezegd: er is iemand die net klaar is met haar PhD, ik denk dat jullie wel wat overlap hebben en goed met elkaar door één deur zouden kunnen. Toen zijn we samen begonnen — het bedrijf hadden we op dat moment nog niet direct opgericht. We hebben elkaar eerst een periode gegeven om te kijken: passen onze werkstijlen, hebben we dezelfde visie? En toen zijn we het op kleine basis gaan opzetten, en ook de eerste financiering gaan binnenhalen.
We hebben nog lang over de naam gediscussieerd, want het was een lastige naam voor mensen. We hebben lang gebrainstormd over een andere naam, maar konden niks beters vinden, dus hebben we het hierop gehouden. Een grap die ik altijd maak: als je het onthoudt, dan zijn we er ook al.
Wij zijn een start-up vanuit een universiteit, met een innovatie die voortkomt uit haar PhD. Als spin-off moet je eerst met de universiteit om tafel, een deal maken, en dan begin je langzaam alle stukjes op hun plek te zetten van wat er nodig is voor een bedrijf. Wat ons misschien anders maakt dan de gemiddelde start-up, is dat we een deep tech start-up zijn: je begint een bedrijf terwijl je nog heel veel technologische ontwikkeling moet doen. Je bent dus nog steeds heel veel bezig met wetenschappelijk onderzoek en dat verder brengen.
Tjitze: En hoe is dat, om met Suellen samen te werken? Zij komt echt vanuit die technische hoek, PhD, echt een wetenschapper. Jij komt veel meer uit de business-hoek: hoe bouw je een bedrijf en dergelijke. Hoe ervaren jullie dat, om samen te werken? Want je hebt toch een heel ander uitgangspunt, soms, om naar een probleem te kijken.
Marouschka: Ja, dat is ook wel zoeken geweest in het begin. Ik kom inderdaad echt vanuit een business-achtergrond, ik heb economics en finance gestudeerd. Ik ben goed in wetenschap begrijpen, maar ik had nog nooit zo intens met wetenschappers samengewerkt, en je merkt dat je op een hele andere manier naar de wereld kijkt.
In ons geval werkt het nog steeds heel goed, en ik denk dat we elkaar versterken. Bepaalde dingen zijn bij Suellen sterker op de voorgrond, en dat is goed — het is heel fijn als iemand heel erg van de details is, binnen de wetenschap. Daar kunnen de grammetjes, de decibels en de millimeters allemaal heel belangrijk zijn. Ik ben zelf soms meer 80/20 en flexibel. Je hebt beide nodig — dat begon ook al vanuit hoe ik zelf eerder ben opgestart. Je hebt wetenschappelijke kennis nodig, maar ook iemand die iets externer kijkt: naar de markt, wat is er commercieel nodig?
Ik denk dat we daar uiteindelijk heel goed in zijn geworden. We hebben diep respect voor elkaar, voor wat we allebei brengen, en dat is heel belangrijk. Verder denk ik dat het gewoon elkaars proces leren snappen was, en dat heeft wel tijd gekost. Het is bijvoorbeeld letterlijk een gesprek geweest van: als ik ’s ochtends met een experiment begin, kan ik geen telefoontje van jou aannemen, want ik moet vier uur lang monitoren en daar gefocust op zijn, terwijl ik zelf veel sneller geneigd ben om meteen te bellen. Dat zijn gewoon werkstijlen die inherent zijn aan het proces, en die we echt met elkaar hebben moeten afstemmen.
Ik denk dat we nu heel goed elkaars wereld snappen. Maar het blijft soms nog een oefening waard, ook als je elkaar al goed begrijpt. Ik vind het wel mooi: als je echt de kracht van de ander respecteert en ziet dat het gezamenlijke uiteindelijk veel sterker maakt, dan wil je dat ook faciliteren. Als ik jou die ruimte geef, of die andere manier van werken, worden we daar uiteindelijk beter van. En het realiseren: jij kan het niet alleen, ik kan het niet alleen.
Wat ik ook wel merk, is dat er vanuit Suellen soms hele scherpe opmerkingen komen die ik niet had verwacht, ook over gebieden waarin zij niet direct expertise heeft. Dat is ook goed: als je elkaars wereld probeert te begrijpen, terwijl je ook wel verschillend blijft, kun je soms elkaars blinde vlekken zien, of een net wat ander perspectief brengen. Dat is iets wat we allebei heel erg waarderen.
Tjitze: Mooi. En nu: jullie zijn samen aan het bouwen, maar we weten eigenlijk nog niet zo goed wat Carapace precies doet.
Marouschka: Wij maken coatings voor zaden — en dan kijk ik altijd even naar de ogen, hoe dat landt, want ik krijg vaak hele glazige blikken van mensen.
Tjitze: Je hebt het mij in het verleden ook al een paar keer uitgelegd, en dat heeft een paar keer moeten kosten voordat ik het echt denk te snappen. We gaan zien hoeveel er nu blijft hangen.
Marouschka: Precies. 80% van de zaden die wij planten voor ons voedsel, worden gecoat in een laagje plastic. Dat doen we eigenlijk om hele goede redenen: het helpt met het ontkiemen, het is een soort bindmiddel, een soort lijm voor wat ze noemen seed boosters, fungiciden en pesticiden. Het helpt met het planten. Dus we doen het allemaal om hele goede redenen, maar we doen dit in een laagje plastic. En dat zorgt uiteindelijk voor heel veel microplasticvervuiling, want we doen dit natuurlijk op gigantische schaal — over de zaden, de basis van ons voedsel.
Wij focussen ons dus op dat materiaal vervangen, op een volledig biologisch afbreekbare manier. En we gaan eigenlijk nog een stap verder: in plaats van dat onze materialen vervuilen, breken ze af tot plantenvoeding. Dus ze helpen de plant ook nog beter groeien. Ik vergelijk dat weleens met een jasje voor zaden. We hebben tegenwoordig veel kennis over onze menselijke microbioom en onze darmen — en de aardbodem heeft dat eigenlijk ook, ook daar hebben we steeds meer kennis over. We zijn erachter gekomen dat het gebruik van microben ook planten kan voeden. Dat noemen ze biostimulanten: ze kunnen plantengroei stimuleren, zodat je bijvoorbeeld minder kunstmest hoeft te gebruiken.
Kort gezegd: mijn idealistische beeld was altijd dat een boer naar buiten ging, zijn graan binnenhaalde, een deel daarvan gebruikte om zaden weer opzij te leggen, en dan diezelfde zaden weer terug op het land legde. Maar eigenlijk zit daar een enorme industrie achter, die al die zaadjes zo prepareert dat ze zo goed mogelijk kunnen presteren — wat ergens heel fijn is voor de voedselproductie, maar de manier waarop we dat doen is niet zo goed voor de aarde en het milieu waar het in terechtkomt. Dat willen we vervangen, en niet alleen vervangen, maar ook verbeteren: niet alleen minder negatief effect, maar juist een positief effect.
En dat is uiteindelijk ook belangrijk als je een commercieel product bouwt: er komt in 2028 Europese wetgeving die het gebruik van microplastics in zaadcoatings verbiedt. Maar eigenlijk gaat het gewoon om een goed product in de markt zetten, waar eindklanten en boeren blij van worden en het graag willen gebruiken. Zeker als je ook internationaal wilt inzetten, kun je niet alleen naar Europese wetgeving kijken. Dus ons doel zit ook echt op performance: laten zien dat een product dat biologisch afbreekbaar is, ook gewoon extra dingen kan brengen — want men heeft vaak het idee dat je daarop moet inleveren. Performance, en zeker ook omdat we vanuit een hele harde wetenschappelijke hoek komen — de innovatie vanuit de PhD van mijn co-founder — daar focussen we ons heel sterk op.
Tjitze: Ja. En nu heb je zelf ook wel vanaf de zijkant naar andere bedrijven gekeken, deels vanuit die investeringskant of vanuit de portfoliobedrijven, zoals je zei. En nu zit je er zelf in, en ben je al een tijdje bezig. Hoe ziet je rol er nu uit? En wat had je echt anders ingeschat dan waar je nu je tijd aan besteedt?
Marouschka: Goede vraag. Ik zie hem eigenlijk als twee vragen: hoe is het veranderd vanuit twee perspectieven, versus hoe ziet mijn rol er nu uit?
Vanuit het investeringsperspectief: ik denk dat het lastig is om het volledige speelveld te zien als je vanuit een investeringspositie zit, omdat je natuurlijk hele kleine stukjes meekrijgt. Aan de ene kant is dat ook goed, want dat betekent dat je niet de hele schaal en complexiteit hoeft te zien om ergens de kernpunten uit te kunnen pikken — dat perspectief brengt soms juist iets extra’s. Maar ik denk ook: sommige vragen die ik vroeger vanuit die rol aan start-ups stelde, waren eigenlijk hele simplistische, goedbedoelde vragen vanuit een ander perspectief, terwijl dingen soms op een bepaalde manier gaan omdat het op dat moment gewoon niet realistisch is om het anders te doen.
Dat maakt mezelf ook, denk ik, in mijn huidige rol anders. Wat mij het meest heeft verbaasd — of ik weet niet of “verbaasd” het goede woord is — is gewoon het continue spanningsveld dat alle puzzelstukjes op het juiste moment bij elkaar moeten komen. Ik kreeg weleens de vraag: wat houdt je ’s nachts wakker? Dan zeg ik eigenlijk: alles, en hoe het allemaal bij elkaar komt. Dat is het continue spanningsveld vanuit mijn positie: met investeringen, met de mensen die ik aanneem, met technologische ontwikkeling. Hoe zorg je dat hele verschillende tijdlijnen steeds weer met dezelfde stapjes meebewegen? En daarin ook de overwinningen vieren — daar moeten we soms nog wat beter in worden, is mij verteld.
Maar ik herken heel erg wat je zegt: vanuit het daadwerkelijk gaan doen kom je erachter — wacht eens even, als dit nu niet goed valt, kunnen we daar niet mee verder, terwijl we dat wel willen. En hoe dat allemaal samenkomt — ik kan me goed voorstellen dat ik dat zelf ook regelmatig heb ervaren, met je eigen bedrijf: dat je naar huis fietst en denkt “hoe gaat dit nu allemaal samenvallen”, en dat je een week later denkt: eigenlijk viel het allemaal redelijk goed samen. En soms valt het juist helemaal niet samen, dat is dan weer minder. Maar het is ook de uitdaging waar ik juist heel veel energie van krijg. Dus ja, ik heb het goede vak gekozen, denk ik.
Tjitze: Dat moet ik bevestigen. Jullie zitten natuurlijk in een veld waar heel veel mensen niet veel van weten — de hele landbouw en agricultuur. Ik heb weleens vrienden die vragen: waar komt het brood vandaan? Geen idee, maar het zit altijd in de kast, hè, dat is waar het vandaan komt. Maar goed, jullie zitten middenin die landbouw. Als je zelf kijkt naar de toekomst van de landbouw, die hele transitie die daar nu gaande is — we hebben natuurlijk veel gezien met de stikstofproblematiek in Nederland, of de discussie rond koeienpoep en hoe we daarmee omgaan — wat zie jij daar de komende jaren gebeuren? En hoe gaat dat een effect hebben op ons dagelijks leven, maar ook op jullie bestaan als bedrijf?
Marouschka: Er gebeurt heel veel. Wat je inderdaad zegt: aan de ene kant is het iets wat toch verder en verder van ons af is komen te staan. Tegelijkertijd is het ook meer in de media geweest, en zijn er bepaalde middelen die publiciteit hebben gekregen omdat ze niet meer gebruikt mogen worden. En natuurlijk de droogte waar we in Europa nu al vaak mee te maken krijgen. Dus in dat opzicht denk ik dat het dichter bij mensen komt, en ook tastbaarder wordt.
En als je geopolitiek kijkt — dat is denk ik ten tijde van corona al begonnen, maar ook nu: hoe gaan we onze supply chains inrichten? Dan kom je echt op een gesprek over resilience. Dat hebben we bijvoorbeeld over energie, maar iets anders wat heel belangrijk en fundamenteel is voor onze maatschappij, is voedsel.
Daar gebeurt heel veel. Er is nu ook veel meer besef over bepaalde middelen, en over de manier waarop we door moeten met boeren. Ik hoop dat dat gesprek ook opener gevoerd kan worden. Ik denk dat er ook gewoon heel veel kansen liggen. Wat ik nu zie, is dat er veel wil is om dingen anders te gaan doen, maar dat mensen niet altijd meer over de juiste toolbox beschikken. Daar zit nu een spanningsveld — het is een soort transitie, binnen de eigen cultuur, van oude technologie naar nieuwe technologie, en zoals bij heel veel transities verloopt dat niet per se heel soepel. Dat zijn gewoon verschillende werelden die naast elkaar moeten bestaan.
Waar ik verder hoopvol over ben, is een soort hernieuwde energie binnen Europa. Ik bekijk het eigenlijk vanuit drie kanten: geopolitiek en supply chain, agricultuur — die echt een transitie doormaakt van oude naar nieuwe technologie — en de hernieuwde energie voor start-up Europa en investeringen. Je hebt natuurlijk ook EU Inc: hoe kunnen we onze eigen scale-ups creëren, hoe kunnen we meer start-ups creëren? Dat gaat dan een beetje buiten het veld van agricultuur, maar het is wel iets wat mij enthousiast maakt — ook vanuit de achtergrond dat wij natuurlijk een materiaal maken, en materiaal is gewoon industrie. Ik zie dat daar weer meer ruimte voor lijkt te komen. We gaan zien op welke termijn dat allemaal gaat gebeuren, maar dat zijn wel dingen waar ik zelf enthousiast van word.
Tjitze: Precies. En als je kijkt naar de toekomst van Carapace: wanneer zeg je “nu is het geslaagd, nu zijn we klaar”? Je bent nooit klaar, dat weet ik ook, maar wanneer zeg je: dan hebben we ons doel behaald?
Marouschka: Dat is een moeilijke vraag — wanneer is iets ooit genoeg, wanneer ben je tevreden? Als wij echt de productiefaciliteit hebben, en dit op grote commerciële schaal verkopen, dan weet ik dat we alle essentiële stappen hebben doorlopen: van iets wat op labschaal is begonnen, naar iets dat op grote schaal in de wereld tastbaar wordt toegepast. Dat is een ontzettend mooie toekomstdroom waar ik elke dag aan werk. En natuurlijk ook gewoon mensen die dan echt blij en tevreden zijn met wat wij brengen. Ik hoop daar op grotere schaal aan te kunnen bijdragen.
Tjitze: Mooi. Eén van de dingen die we altijd doen, is dat er een vraag gesteld wordt namens iemand anders. In dit geval een vraag van Mauritz, die het bedrijf Boeg heeft — dat is een techplatform voor zeilscholen en een boekingssysteem voor mensen die evenementen doen, en hoe je daarmee echt de ervaring van de persoon die boekt goed kan neerzetten. Zijn vraag aan jou was: wat bepaalt in jullie markt uiteindelijk of iemand ja zegt? Is dat de inhoud van jullie oplossing, simpelweg wat jullie gemaakt hebben, of zijn dat andere factoren die ervoor zorgen dat mensen ja zeggen tegen jullie?
Marouschka: Product en vertrouwen. En dat bouw je op vanuit verschillende hoeken: met concrete data, en met heel veel veldproeven waar concrete data uit voortkomt. Het is ook een industrie die soms wat conservatiever kan zijn, en niet gelijk op de allernieuwste technologie wil overstappen — en dat kan ik ook begrijpen, waarom daar terughoudendheid zit. Dus ik denk dat je in een vroege fase vooral die vertrouwensrelatie moet bouwen, en niet gelijk de hele wereld belooft, maar stapje voor stapje meer waarde toevoegt. En zoals ik al zei: veldproeven. Focus op veldproeven, in verschillende omstandigheden, verschillende klimaten, verschillende soorten grond. Dan zorg je dat je een robuuste basis hebt, en dat is volgens mij voor de meeste eindklanten het belangrijkste.
Tjitze: Interessant, hè, dat je vanuit een start-up heel erg met het product bezig bent — als we dat product maar goed krijgen — en tegelijkertijd zijn juist die andere factoren, simpelweg het vertrouwen, het kunnen zien dat het werkt, minstens zo belangrijk. Dat is vaak die paradox: we willen wel investeren, maar eerst willen we zien dat het werkt, en tegelijkertijd moeten we investeren om te kunnen aantonen dat het werkt. Niet altijd makkelijk.
Marouschka: Hoe leggen we dat nou goed uit? En uiteindelijk gaat het toch om het verhaal, en het vertrouwen in jullie als team, dat jullie het voor elkaar kunnen krijgen om dat neer te zetten.
Tjitze: Als je zou kijken naar de mensen die hiernaar kijken — misschien mensen uit de agricultuur, of juist uit een heel ander vakgebied — wat zou een vraag zijn die jij aan hen hebt, over hoe ze jou zouden kunnen helpen met het verder bouwen van jullie bedrijf, of het verder helpen in jullie missie?
Marouschka: Wij zijn altijd op zoek naar gewassen en gewastypen — ik maak het heel specifiek — waarvan men het idee heeft dat ons product extra waarde kan toevoegen. Dat zijn gewastypen op, uiteraard, ook een grote schaal, maar waar men ziet dat er bijvoorbeeld een uitdaging is met kieming, of met groei of gezondheid van de planten. Als daar nog marktkennis over beschikbaar is, staan we heel erg open om daar verkennende gesprekken over te blijven voeren, en eventueel vanuit daar ook partnerships op te zetten. Iedereen is heel welkom om ons daarover te contacten. Als ik nog gewastypen hoor waarvan ik denk: daar zou ik het fantastisch voor vinden — het klinkt misschien als een gekke vraag, maar het kan soms uit een hele onverwachte hoek komen. Dat is soms hoe de mooiste dingen ontstaan.
Tjitze: Zeker. Ik heb ook aan jou gevraagd om nog een vraag te stellen, voor Robin van Helix Siora. Ik ben heel benieuwd: wat is de vraag die jij hebt voor Robin?
Marouschka: Mijn vraag is wat hem positief verrast heeft over zichzelf, in zijn ondernemersreis.
Tjitze: Mooi — dus waar is hij over zichzelf het meest positief verrast. Mooie vraag, die gaan we zeker meenemen.
Voordat we eindigen: er was ooit een jonge enthousiasteling die dacht “ik ga dit doen, ik ga naar Delft” — en nu zijn er misschien mensen die daar op dit moment mee bezig zijn, die aan het studeren zijn, en die zich afvragen: wat moet ik doen? Welke tips zou jij geven aan iemand die op dat punt in zijn of haar carrière zit, en denkt: ik wil wel iets, ik ben te eigenwijs om ergens gewoon in mee te werken, ik wil zelf iets gaan doen. Welke tips zou jij hen geven?
Marouschka: Het klinkt een beetje afgezaagd, maar: als je het ziet, en je denkt dat het nodig is, ga het doen. Gewoon doen. Dat betekent niet dat je blind overal in moet springen — denk er goed over na, zet de strategische lijnen uit, maar laat je niet terughouden.
Ik had het mezelf ook niet twee en een half jaar geleden kunnen voorspellen, dat ik hier nu zo zou zitten. En als ik terugkijk op wat we al bereikt hebben — we moeten nog heel veel doen, daar ben ik me heel goed van bewust — maar het is wel begonnen met een idee, en twee founders die dachten: waarom niet?
Tjitze: Mooi. Dus ik hoop dat er meer mensen volgen. Heel goed — nou, superbedankt sowieso voor je tijd, voor de informatie en je learnings die je met ons hebt gedeeld, van jouw reis als ondernemer binnen Carapace. Mocht je meer willen weten, dan kun je uiteraard kijken, we hebben straks in de link de volledige link naar de website van Carapace, als je meer wil weten. En sowieso: dankjewel.
When ambition meets reality is de podcast van Enbition waarin Tjitze Weststrate in gesprek gaat met ondernemers over hun ondernemersreis. We delen eerlijke verhalen van ondernemers die bouwen aan groei, structuur en impact. Geen gladde succesverhalen, maar gesprekken over wat er écht komt kijken bij ondernemerschap: keuzes maken, fouten herstellen, kansen pakken en blijven bewegen als ambitie de realiteit ontmoet. Geen filters. Geen shortcuts. Gewoon het echte verhaal. Abonneer je op ons YouTubekanaal en volg het echte verhaal.
